Symposium banner

Ziektebeeld van FTD

De symptomen van frontotemporale dementie variëren per persoon en per stadium van de ziekte al naargelang verschillende delen van de frontaal- en temporaalkwabben worden aangetast. Beschadigingen in de frontaalkwabben leiden vooral tot gedragsveranderingen en schade aan de temporaalkwabben tot taalproblemen. Als gedragsveranderingen op de voorgrond staan spreken we van de gedragsvariant van FTD (bvFTD) en als de taalproblemen op de voorgrond staan van een primair progressieve afasie (PPA). Naarmate de ziekte vordert zullen personen met een bvFTD echter ook vaak taalproblemen ontwikkelen en andersom, doordat de ziekte zich verspreid over de hersenen.

Gedragsvariant van FTD

De gedragsvariant van FTD, ook wel bvFTD, begint vaak met een subtiele maar duidelijke persoonlijkheids- en gedrags verandering. Heel kenmerkend is het gebrek aan inlevingsvermogen door de persoon met FTD. Algemeen worden drie categorien van symptomen onderkend.

Ontreming - niet weten waneer te stoppen. Dit kan zich uiten in ongepaste grapjes, agressief gedrag of bijvoorveeld in extreme uitgaven
Apathie - vermindering van initiatief. Er is sprake van afvlakking en passieviteit. Uren voor de televisie zitten is voor een persoon met FTD vaak prima. Betrokkenheid met de familie en vrienden wordt steeds minder
Dwangmatig gedrag - doelloos herhalen van handelingen. Tikken op de tafel, continue lopen of standaard zinnen uitspreken. Door de dwangmatigheid is er ook een sterkte behoefte aan een vast ritme. Iets dat voor de behandeling dan ook heel goed ingezet kan worden.

Verder is er vaak sprake van gebrek aan ziekte inzicht, wat erg lastig is omdat de persoon met FTD dus wel weet dat er iets aan de hand is, maar niet inziet dat het een probleem is. Dit kan met name in de werk situatie veel problemen opleveren. Planning en complexe taken worden in de meeste gevallen ook moeilijker. Dit terwijl het geheugen nog vaak goed werkt en andere hersenfuncties ook. 

Primair Progressieve afasie -  taal variant van FTD

Op basis van het type taalproblemen worden er drie vormen van PPA onderscheiden:

  • Bij Semantische dementie (SD) verliest een persoon langzaam het vermogen om inhoudswoorden te begrijpen. Inhoudswoorden zijn woorden die betrekking hebben op voorwerpen en begrippen zoals computer, tweede kamer, meester of pilot. Bijna alle woorden dus. Heel herkenbaar bij SD is dat het benoemen niet meer lukt.
  • Bij progressieve niet-vloeiende afasie (PNFA) heeft een persoon een hakkelende spraak en moeite met het vormen van grammaticaal correcte zinnen. Er wordt vaak in telegramstijl gesproken, waarbij verbindende woorden overgeslagen worden.
  • Bij logopenische progressieve afasie (LPA) heeft een persoon moeite met het vinden van de juiste woorden. In tegenstelling tot bij SD, gebruiken personen met een LPA meestal geen andere woorden of omschrijvingen, maar blijven ze zoeken naar het woord dat ze bedoelen.