Progranuline niet altijd geschikt als biomarker

Recent waren er hoopvolle berichten over progranuline als biomarker. Zie bijvoorbeeld dit artikel op gezondheidsnet. Het is duidelijk dat proganuline een belangrijke rol speelt in de groei van (hersen)cellen. 

Wetenschappers hebben de hoeveelheid proganuline onderzocht in bloed en hersenvocht bij patienten met Alzheimer, FTD en ALS en hebben gevonden dat de niveaus in het bloed niet gelijklopen met de niveaus in de hersenen. In deze studie, gepubliceerd in "Current ALzheimer Research" suggareerd dat de proganuline in bloed en hersenen door een ander mechanisme gecontroleerd wordt. Volgens deze studie zou de analyse van bloed niet veel zeggen over de degeneratie (afbraak) van hersencellen. 

Navraag bij de expertgroep (Lieke Meeter (Arts-onderzoeker)) leert dat deze conclusie niet voor alle vormen van FTD van toepassing is. 

Lieke: "Biomarkers zijn nuttig voor verschillende doeleinden: (1) het aantonen of uitsluiten van een ziekte, (2) de ernst of het beloop van een ziekte in kaart brengen, en/of (3) het effect van een behandeling laten zien. FTD kan veroorzaakt worden door een erfelijke afwijking in het progranuline-gen. In dat geval treedt er een verlaging van het progranuline-eiwit in zowel bloed als hersenvocht op. Om patiënten met deze specifieke erfelijke afwijking op te sporen kan het progranuline-eiwit in bloed gemeten worden, dus voor het eerstgenoemde doeleinde van biomarkers. Daarnaast worden er in patiënten met deze erfelijke eigenschap op dit moment medicijnen getest met als doel het progranuline-eiwit op te hogen. Om het effect van die medicijnen te bekijken, is progranuline een belangrijke biomarker! Wat progranuline in bloed en hersenvocht niet lijkt te kunnen, is de ernst of het beloop van de ziekte in kaart brengen."

Bron: Alzheimernewstoday.com